Landbouwmuseum, Wageningen

Uit Collectiewijzer

Ga naar: navigatie, zoeken

Dit is een casestudy behorende bij Hoofdmotieven voor afstotingOpheffing - verandering missie

De Universiteit van Wageningen wil uitbreiden en het museum voor historische landbouwtechniek moest daarom plaastmaken voor nieuwbouw. Wat voor consequenties had dat voor de collectie?

Sinds 1980 was het Nationaal Museum voor Historische Landbouwtechniek gehuisvest op het terrein van de Wageningse Universiteit. De collectie van het universiteitsmuseum bestaat uit werktuigen en machines die vanaf het begin van de 19e eeuw in de landbouw in Nederland zijn gebruikt. Een bijzonder onderdeel vormen de 42 houten werktuigminiaturen van Baron van Brakell van den Eng uit 1847. Deze deelcollectie valt onder de Wet tot Behoud van Cultuurbezit.

In 2005 is dit museum voor publiek gesloten. Wageningen Universiteit en Researchcentrum wil de grond waarop het museum staat bestemmen voor nieuwbouw. Wegens de teruglopende bezoekersaantallen en de stijgende exploitatiekosten heeft de Raad van Bestuur van de Universiteit van Wageningen besloten om museum te sluiten. Henk Egberts, bedrijfskundige en vroeger medewerker van de universiteit, kreeg in januari 2004 de opdracht om het gebouw binnen een half jaar leeg te hebben.

De Raad van Bestuur vroeg Egberts om het museum te ontmantelen, vanuit de verwachting dat hij zonder bijkomende emoties de collectie zou kunnen saneren en het grootste deel kon afvoeren. Maar Egberts, door persoonlijke omstandigheden vertrouwd met de museale sector, ging anders te werk. Hij greep niet naar werkhandschoenen of container, maar pakte de Lamo erbij. Egberts zag de belangrijke culturele en historische waarde van de collectie in. Hij wilde proberen de collectie geheel of gedeeltelijk te herplaatsen (bijvoorbeeld in het Openluchtmuseum in Arnhem) of op te slaan, maar deze pogingen mislukten om financiële redenen. Een ander plan was om een virtueel museum te maken, maar ook de kosten daarvan bleken te hoog. Bovendien zou de collectie dan nog steeds in een goed depot moeten worden ondergebracht.

Het zag er niet best uit voor het Wageningse landbouwmuseum. Een proces van inventariseren, selecteren en afstoten volgde, wat zoals te verwachten meer tijd vergde dan het halve jaar waarop de universiteit had gerekend. Van alle 2.500 objecten heeft Egberts geprobeerd de herkomst te achterhalen. Van ongeveer zeventig procent is dat gelukt. Er bleken zo’n vierhonderd personen en instellingen te zijn die stukken hadden geschonken of in bruikleen gegeven. Al deze (voormalige) eigenaren werden via een brief op de hoogte gesteld van de sluitingsplannen van het museum. Zij konden hun objecten terugvragen.
De volgende stap was dat Egberts een selectiegroep samenstelde, bestaande uit personen met verstand van landbouwmechanisatie. Deze groep heeft een aantal criteria opgesteld aan de hand waarvan werd besloten welke stukken af te stoten of te behouden. Op deze manier bleef een kerncollectie over. Als de stukken uniek waren, van belang voor de ontwikkeling van de landbouwmechanisatie, in goede staat verkeerden, in Nederland waren gebruikt en/of in Nederland waren gemaakt, zijn ze behouden. Stukken die niet tot de kerncollectie behoorden maar wel aan de criteria voldeden, zijn aan andere musea in bruikleen aangeboden. Zo vertrok de hele zuivelcollectie, bestaande uit ongeveer vijfhonderd objecten naar het Fries Landbouwmuseum in Exmorra. Het Industrion in Kerkrade ontving een diesellocomobiel. Objecten die niet aan de criteria voldeden konden worden teruggegeven, verkocht of weggegeven. Wat betreft de bestemming van de opbrengst van de verkochte stukken, ongeveer 15.000 euro, kwam Egberts er met de Lamo niet uit. Dat geld kon hij moeilijk gebruiken voor de aanschaf van nieuwe objecten, omdat het museum moest worden opgeheven. Aan het einde van dit traject stonden er nog circa 1.900 objecten in Wageningen, die bij elkaar een oppervlakte van zo’n zevenhonderd vierkante meter innamen. Hoe daarmee verder?

Oplossing uit onverwachte hoek

Een van de personen die van Henk Egberts een brief hadden gekregen, was de directeur-eigenaar van het landgoed Mariënwaerdt in Beesd, baron Frans van Verschuer. Zijn vader had ooit een paardenkarnmolen geschonken aan het Landbouwmuseum in Wageningen. Van Verschuer wilde de paardenkarnmolen eventueel wel terugnemen. Landgoed Mariënwaerdt, de plaats waar het object vroeger had gestaan, was namelijk net gerestaureerd en daarom kon het op zijn oude plaats terugkeren. Maar niet alleen de paardenkarnmolen kwam retour, Van Verschuer bood een oplossing voor de gehele collectie. De oude Heerlijkheid Mariënwaerdt is tegenwoordig een particuliere landgoedonderneming waar evenementen worden georganiseerd en waar de toerist van rust en landschap kan genieten. Daarnaast wordt er op traditionele wijze landbouw bedreven. Samen met het Boerenwagenmuseum uit Buren, dat door de gemeente uit zijn pand was gezet, kan het Museum voor Historische Landbouwtechniek er een nieuw Nationaal Landbouwmuseum oprichten. Op het landgoed zal daarvoor een nieuw gebouw worden geplaatst. De financiële kant van dit plan moet nog rondkomen, maar de drie partijen hebben goede hoop dat dit gaat lukken.

Henk Egberts raadt aan om het Nederlands Landbouwmuseum interactief te maken. Hij denkt dat een landbouwmuseum meer succes heeft als de bezoekers de objecten ook in werking kunnen zien. Goede uitleg van de werktuigen is noodzakelijk. Het gebrek hieraan is volgens hem een van de redenen dat het museum in Wageningen zo weinig bezoekers trok. Het landgoed Mariënwaerdt, waar ook traditionele landbouw in praktijk wordt gebracht, is daarom de locatie bij uitstek. Of de stukken die in tijdelijk bruikleen zijn gegeven aan andere musea worden teruggevraagd, is aan de nog te vormen staf van het museum in Beesd.

LO/MV

Met dank aan:
- Henk Egberts, projectleider Nationaal Museum Historische Landbouwtechniek Wageningen
- Jacobus Trijsburg, museumconsulent Gelderland, directeur Gelders Erfgoed
Literatuur:
Jaarverslag Nationaal Museum Historische Landbouwtechniek, Wageningen 2003
‘Museum in pand Enka of kazerne’, in: De Gelderlander, 4 maart 2004
‘Boerenwagenmuseum naar Marienwaerdt’, in: De Gelderlander, 16 februari 2006
‘Landbouwmuseum in Beesd’, in: de Gelderlander, 8 mei 2006
‘Nationaal landbouwmuseum ontbreekt in Nederland’, 18 mei 2006
‘Nieuw Nationaal Landbouwmuseum’, in WB, Weekblad voor Wagingen UR, 1 juni 2006
www.aenf.wau.nl/mhl