Meubelrestauratie

Uit Collectiewijzer

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Een kort overzicht over het vakgebied

Het doel van de meubelrestauratie is niet om objecten letterlijk terug te brengen in de staat waarin zij verkeerden op de dag dat zij voltooid werden. Dat is onmogelijk om een aantal redenen: sporen van gebruik, mogelijke veranderingen of ‘verbouwingen’ aan het objekt, en de fysieke en uiterlijke vervormingen als gevolg van de veroudering van het hout die tezamen het patina bepalen. Het is ook onwenselijk om naar die vermeende ‘originele’ staat terug te gaan. Het aantrekkelijke van antieke meubelen en beelden is voor een belangrijk deel dat het objekt met de jaren een vorm en uiterlijk heeft gekregen die alleen vanuit zichzelf – als gevolg van chemische en fysische veranderingen in het hout en de afwerklaag - kan ontstaan en die niet na te bootsen is. Andere restauratiedisciplines hebben dat doel ook niet. Toch lijken de benadering en werkwijze van de meubelrestaurator wat anders dan die van restauratoren op andere vakgebieden. Dat hangt ten dele misschien samen met de geschiedenis van het beroep (vroeger kwamen meubelrestauratoren meestal voort uit de meubelmakerij), en ten dele met het feit dat meubelen gebruiksobjecten zijn die dus een zekere soliditeit moeten bezitten. Het heeft ook te maken met het gegeven dat meubelen vaak veel gecompliceerder van opbouw zijn dan bv. schilderijen, keramiek of zilveren objecten. Bij sommige restauraties worden meubelen geheel of gedeeltelijk gedemonteerd: dat kan er voor de buitenstaander dramatisch uitzien terwijl het voor de restaurator alledaagse kost is. De reputatie van de meubelrestauratie heeft zonder twijfel veel geleden door wijdverbreide beunhazerij en het idee dat iedereen die een beetje handig is, wel in staat is om een kapot meubel ‘op te knappen.’

Preventieve conservering – onderhoud – actieve conservering

Preventieve conservering omvat het creëren van de minst ongunstige bewaaromstandigheden voor objecten. In het geval van meubelen gaat het dan in de eerste plaats over het op peil houden van een correcte relatieve luchtvochtigheid (tussen de 45 en 55%) en het beperken van de aanwezige hoeveelheid licht: bij voorkeur onder de 200 lux, met een minimale UV-stralingscomponent. Onderhoud aan meubelen is een belangrijk maar verwaarloosd onderwerp. Het omvat in de eerste plaats het schoonhouden van binnen- en buitenkant. Daarbij kan en passant de conditie van het stuk bekeken worden: is er actieve houtworm aantasting? zitten er stukken fineer, lijstwerk of snijwerk los? is het meubel nog stabiel? enzovoort. Het regelmatig in de was zetten van meubelen maakt ook onderdeel uit van het onderhoud. Zie Was op meubels.

Actieve conservering is in veel gevallen het reinigen van oppervlakken en het vastlijmen van losgeraakte onderdelen, veelal fineer. Een probleem bij veel meubels is, dat actieve conservering pas zin heeft of krijgt wanneer één of meer structurele problemen in het stuk worden aangepakt waarmee men al gauw op het gebied van de restauratie beland. Het vastlijmen van losgeraakte fineren heeft bijvoorbeeld vaak weinig zin als men niet eerst de onderliggende structuur stabiliseert.

Schades aan meubelen

Voor je begint aan een restauratie, moet je een idee hebben van waar je heen wilt en waar je heen kunt. Hoe wil je dat het meubel er na behandeling uit zal zien? Daavoor moet je weten wat er (binnen ethische grenzen) technisch (en soms financiëel) mogelijk is én je moet een goede kennis hebben van historische vervaardigingspraktijken, en daarmee van het oorspronkelijke aspect van een stuk. Een andere moeilijkheid is, dat de grens tussen veroudering en schade niet altijd helder is. Verder moet je bij deze beslissingen terdege rekening houden met de omgeving waarin het stuk komt te staan, niet alleen voor wat betreft het klimaat, maar ook in relatie tot de conditie waarin de andere objecten zich (zullen) bevinden. De fysieke plek en de lichtval ter plaatse kunnen ook meespelen. Tenslotte is natuurlijk ook van belang of het meubel voor gebruik bestemd is of alleen om naar te kijken: staat het bij een particulier in de huiskamer of in een museum.

De schades die meubelen kunnen vertonen, zijn zeer uiteenlopend: er kunnen onderdelen gescheurd of gebroken zijn, fineerwerk kan loszitten of verdwenen zijn, verguldwerk kan losgeraakt zijn of doorgesleten zijn, enzovoort. Je kunt schades aan meubelen indelen naar hun oorzaken:

  • vervormingen en andere uiterlijke veranderingen die het gevolg zijn van wisselingen in relatieve luchtvochtigheid
  • afbraak van hout en afwerklagen door inwerking van licht, met name ultraviolette straling (fotochemische schade)
  • gebruiks- en transportschade
  • reparaties en verbouwingen
  • biologische aantasting: schimmels, bacteriën, houtboorders, knaagdieren

Het is altijd van wezenlijk belang om na te denken over de oorzaak van de schade; zonder deze oorzaak te kennen, heeft het geen zin om te gaan restaureren. Het kennen van de oorzaak van de schade kan ook doen besluiten om niet te restaureren, bijvoorbeeld: een scheur in een zijkant van een kabinet is vaak veroorzaakt door wisselingen in de relatieve luchtvochtigheid; als het meubel zal terugkeren in dezelfde situatie, is het dichten van die scheuren niet alleen zinloos, maar het zal zelfs tot meer schade leiden want in een te droog klimaat komt zo’n scheur onherroepelijk terug. Het probleem moet bij de bron worden opgelost want anders ben je alleen bezig om symptomen te bestrijden.

Restauratie technieken en materialen

De meubelrestaurator past vrijwel alle technieken toe die de meubelmakers in de loop der eeuwen hebben ontwikkeld. Vaak worden deze technieken natuurlijk gebruikt om ontbrekende onderdelen bij te maken. Daarnaast bestaat er een scala aan specifieke restauratie technieken die soms gespecialiseerde materialen en gereedschappen vragen:

  • uiteenlopende onderzoekstechnieken, van houtsoortendeterminatie tot analyses van beitsen en oppervlakte afwerkingen
  • demontage, niet alleen van houtverbindingen maar ook van fineer en marqueterie, stoffeerwerk &c.
  • droog en nat reinigen
  • restauratie van massief werk: instukken, scheuren lijmen, kromgetrokken delen vlak(-ker) maken
  • restauratie van fineerwerk: instukken, losse fineer (hazen) vastlijmen
  • waslagen en vernissen reinigen, conserveren en/of consolideren, regenereren, verwijderen
  • verf- en verguldlagen consolideren, reinigen, retoucheren/ontstoren
  • sierbeslag, sloten en scharnieren demonteren, reinigen en conserveren
  • vul- en retoucheerwerk
  • afgiet technieken

Er zijn enige ouderwetse restauratie technieken die tegenwoordig niet meer worden toegepast. Een voorbeeld daarvan is het het schrapen en opschuren van het oppervlak waardoor de oude kleur het patina geheel verloren gaan; de bedoeling hiervan was om de vermeende oorspronkelijke kleuren weer naar boven te halen en het oppervlak ‘mooi glad’ te maken. Ook kwam het voor dat meubelen of marqueteriewerk werden ‘ingekleurd.’ Dit gebeurde vaak vrij slordig en het leidt op de langere termijn echter tot groezelige verschoten beitskleuren zodat het uiteindelijke resultaat op zijn zachtst gezegd bedroevend is.

De meest voorkomende werkzaamheden van de meubelrestaurator zijn:

  • lijmen
  • fineer vastlijmen en/of bijmaken
  • scheuren lijmen of opvullen met een vulmiddel
  • oppervlakteafwerkingen herstellen, vlekken verwijderen

Overige bezigheden van meubelrestaurator kunnen zijn het opstellen van of meewerken aan collectie plannen, het geven van adviezen over bewaaromstandigheden en transport, het geven van adviezen over de authenticiteit van objecten. Elke restaurator worstelt met de moeilijkheid dat hij in één persoon vele historische beroepen wil verenigen: schrijnwerker, houtsnijder, marqueteur, politoerspecialist, vergulder enzovoort, terwijl dit vroeger afzonderlijke beroepen waren. Om die reden wordt een deel van het restauratiewerk veelal uitbesteed aan de vergulder, stoffeerder, bronsgieter en verschillende anderen. Ook zal de professionele restaurator het transport van objecten meestal over willen laten aan een vakbekwame verhuizer of kunsttransporteur.

De issues

De “issues” (of speerpunten in het het hedendaagse onderzoek) die momenteel het meest bediscussiëerd worden binnen het vakgebied zijn:

  • hoe je moet omgaan met afwerklagen: tot voor enige jaren was het niets ongewoons wanneer transparante afwerklagen (vernissen) bij restauratie werden vervangen, tegenwoordig is er meer en meer belangstelling voor het uiterlijk (glans, helderheid, kleurnuance, kleurverzadiging) die een verouderde afwerking heeft;
  • lijmsoorten en hun respectievelijke eigenschappen: enerzijds onderzoek naar lijmen die vroeger in de meubelmakerij (maar bijvoorbeeld ook door vergulders) werden gebruikt, anderzijds onderzoek naar lijmsoorten die speciaal geschikt zijn voor restauratie- en conserveringswerk;
  • methoden om scheuren te vullen: traditionele en moderne vulmiddelen, van houtvariëteiten tot moderne synthetische (soms flexibele) vulsystemen;
  • historische kleurstoffen en (nieuwe) manieren om oude kleuren na te bootsen: meer en meer komt uit onderzoek naar voren hoe kleurig de meubelkunst in sommige perioden is geweest; dit onderzoek loopt vaak enigszins parallel aan onderzoek naar textielverven;
  • hoe men krom hout vlak kan maken: omdat kromgetrokken hout een veelvuldig voorkomend en vaak lastig oplosbaar probleem is voor de restaurator;
  • gedragingen van hout onder wisselende relatieve luchtvochtigheid: het zwellen en krimpen van hout kan leiden tot grote schade, niet alleen aan meubelen maar ook aan schilderijen op houten dragers.

Overzicht beroepsveld

De enige Nederlandse musea die meubelrestauratoren in dienst hebben zijn het Rijksmuseum, het Amsterdams Historisch Museum, Paleis ’t Loo, het Instituut Collectie Nederland, het Gelders Oudheidkundig Contact en het Haags Gemeentemuseum; verder zijn er houtrestauratoren in dienst bij verschillende ethnografische musea.

De meeste meubelrestauratoren werken dus in de particuliere sector, meest in kleine bedrijfjes met een klein aantal mensen. Ateliers met meer dan vier restauratoren zijn een uitzondering. Tegenwoordig kiezen veel restauratoren ervoor om zich samen met collega’s in aanverwante disciplines op één locatie te vestigen. Dit levert zowel voor de restauratoren als voor hun opdrachtgevers veel voordelen op.

De ateliers zijn niet gespecialiseerd op een klein aantal na, dat zich bijvoorbeeld geheel toelegt op restauratie van 20ste eeuwse meubelen. Er zijn verder gespecialiseerde houtsnijders en houtdraaiers. Dit zijn meest mensen die in de praktijk zijn opgeleid en zich nauwelijks bezighouden met restauratie van meubelen. Behalve de opleiding bij de Universiteit van Amsterdam, is het ook mogelijk om het vak van meubelrestaurator op MBO niveau te leren bij het Hout- en Meubilerings College in Amsterdam en Rotterdam. Verder zijn er verschillende particuliere restauratie ateliers die cursussen geven.

Sinds 2005 bestaat er een landelijke, multidisciplinaire restauratoren vereniging, Restauratoren Nederland. Een kleinere vereniging is de ARA, Art Restorers’ Association. Daarnaast is er sinds 1987 een onafhankelijk georganiseerd en goed bezocht jaarlijks Meubelrestauratie Symposium, dat het ene jaar in het Nederlands wordt gehouden, en het andere jaar in het Engels. Van dit symposium verschijnt elk jaar een bundel met alle lezingen.

Nederlandstalige vakboeken over restauratie zijn er niet. Vanuit het Engels en Duits zijn diverse boeken over ‘antiekrestauratie’ vertaald maar deze richten zich op de amateur maar niet op de professionele restaurator. Met enige regelmaat verschijnen er in Cr, het Nederlandse tijdschrift voor restauratoren, artikelen over meubelrestauratie. Er wordt overigens door Nederlandse restauratoren/onderzoekers vaak in het Duits of Engels gepubliceerd teneinde een grotere kring van vakbroeders en –zusters te bereiken.

In de afstudeerscripties van studenten van de (inmiddels gediscontinueerde) ICN-opleiding tot restaurator komt veel nieuw onderzoek naar voren. Dat kan technisch van aard zijn – zoals onderzoeken naar eigenschappen van lijmen – maar is in sommige gevallen meer ethisch/filosofisch. Van de buitenlandse vakliteratuur moet worden Francois Germond: “l’Ébeniste-restaurateur,” worden genoemd, een Franstalig boek met veel beschrijvingen van restauratie technieken; verder is aan te bevelen “Conservation of Furniture” van Nick Umney en Shayne Rivers (als restauratoren verbonden aan het Victoria & Albert Museum in Londen): dit is een handboek waarin zeer veel vaktheorie maar minder praktijk terug is te vinden; het geeft ook zeer veel nuttige literatuurverwijzingen. In tijdschrift Restauro zijn regelmatig bijdragen te vinden over meubelrestauratie, verder ook in tijdschriften als Technè, Coré (beide franstalig), Zeitschrift fúr Kunsttechnologie en het tijdschrift van de VDR (Verband der Restauratoren).{FOOTNOTE()}Herman den Otter, docent meubelrestauratie UvA{FOOTNOTE} {FOOTNOTEAREA()}{FOOTNOTEAREA}

Recente Nederlandstalige vakliteratuur

- Baarsen, R. en J.P. Folkers: De restauratie van een ensemble Nederlandse marqueterie-meubelen uit de late achttiende eeuw, Bulletin Rijksmuseum: een case-study over de geschiedenis, constructie en conservering van een commode met zijn twee bijbehorende hoekkasten.

- Creman, J.: Rietvelds stokken stoel, in: Meubels uit de vorige eeuw Restauraties uit deze eeuw, Amsterdam 2003: case-study over de geschiedenis en restauratie van een stoel van Gerrit Rietveld.

- Bruys, P.: Casestudy KNA 6611/1. Kleur op een Kramer buffet, Cr 6, 2005: case-study over een buffet van Piet Kramer waarvan de oorspronkelijke beitskleur geheel verschoten is.

- Kievits, R.: Onderzoek van de kleur en afwerklaag op een bureau van Piet Kramer, afstudeeronderzoek ICN, 2003: case-study over een oorspronkelijk paars gekleurd meubel van Kramer

- D. Janssen: Het ijken van eiken, afstudeeronderzoek ICN opleiding tot restaurator, Amsterdam 2003: onderzoek waaruit naar voren is gekomen dat oud eikenhout even snel en evenveel op wisselingen in relatieve luchtvochtigheid reageert als nieuw eiken.

Enige publicaties over de eigenschappen van lijm

- Crijns, F.: De lijmverbinding messing-hout in Boulle-marqueterie, afstudeerscriptie ICN 2001

- Nijhuis, S.: Gelatine en dierlijke lijmen. Het belang van de fysische eigenschappen, Cr 4, 2006

- Skans, B.: Oude dierlijke lijmen, hun eigenschappen en gebruik, in: kM 5, 1993