Sporterfgoed op internetveiling

Uit Collectiewijzer

Ga naar: navigatie, zoeken

Dit is een casestudy behorende bij Hoofdmotieven voor afstotingOpheffing - verandering missie

De Stichting die het sportmuseum Olympion exploiteerde, besloot bij de opheffing een deel van de collectie sportmemorabilia af te stoten via een internetveiling. Hoe zoiets mis kan gaan.

Het Sportmuseum Olympion werd na jarenlange voorbereidingen in 1995 geopend door Kroonprins Willem Alexander en bevond zich naast het terrein van de Scheepswerf Batavia. De cultuurtoeristische attractie Olympion kampte met financiële problemen; het lukte niet om genoeg publiek te trekken. Het bestuur van de Stichting Nederlands Sport Museum realiseerde zich dat onder de huidige omstandigheden verbetering niet mogelijk was. Samen met het Nederlands Olympisch Comité/Nederlandse Sport Federatie (NOC*NSF) werd een nieuw plan ontwikkeld. Het Olympion zou worden gesloten. Het NOC*NSF richtte de Stichting Sporterfgoed op die de collectie sportmemorabilia zou beheren en ontsluiten. In Olympic Experience, de expositieruimte van de Stichting SESAM in het Olympisch Stadion in Amsterdam, zouden bruiklenen van de Stichting Sporterfgoed en van andere instanties op sportgebied worden geëxposeerd.

In de voorgaande jaren was de Olympion-verzameling buitengewoon snel gegroeid; particuliere verzamelaars hadden materiaal afgestaan en sportlieden, al of niet Olympisch, hadden hun werkmateriaal, sportkleding, foto’s en trofeeën aan het museum geschonken of geleend. Omdat duidelijke criteria voor acceptatie ontbraken en er geen goede opslagmogelijkheid was, werd de verzameling al snel te groot. De Stichting Sporterfgoed had geen keus: een deel van de collectie moest worden afgestoten. Bepaalde grote deelcollecties kwamen hiervoor in aanmerking. Een deel van de boeken ging naar de universiteitsbibliotheek van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ook een aantal objecten van grote omvang moest worden afgestoten, zoals een roeiboot, een kano, turntoestellen en een zwemhijskraan. De Stichting besloot een deel van deze groep objecten te gaan veilen via de internet veilingsite van Daanveilingen. In 2005 werden 104 kavels op de site geplaatst.

Er kon bijvoorbeeld geboden worden op de skiff waarmee Jan Wienese (Olympisch kampioen 1968, Mexico) had getraind en zes beeldjes van oud-Olympisch zwemster Erica Terpstra.
Helaas had de Stichting dit niet zo zorgvuldig aangepakt als eigenlijk zou moeten. Weliswaar had men schenkers een brief gestuurd om hen te informeren over het veilingvoornemen, maar de lijst met schenkers en bruikleengevers was lang niet volledig geweest, en de termijn om te reageren was te kort. In tegenstelling tot de brief die aan de bruikleengevers was gestuurd, stond in de brief aan de schenkers niet dat ze hun schenking terug konden krijgen. Deze brief strookte daarom niet helemaal met de afspraken die destijds met verschillende schenkers waren gemaakt, namelijk dat als het museum zou sluiten er in overleg een passende bestemming voor de objecten zou worden gevonden, en als dit niet zou kunnen de gift zou worden teruggegeven. Naar aanleiding van de brieven zijn weinig reacties ontvangen. Maar er kwam veel negatieve media-aandacht, en dat riep uiteindelijk een storm van reacties op. Vele verontwaardigde sportlieden wilden hun spullen terug.

De Stichting Sporterfgoed en NOC*NSF besloten de veiling door te laten gaan, maar het was duidelijk dat bepaalde stukken uit de veiling gehaald moesten worden. Hiertoe werden onmiddellijk stappen ondernomen. De eerder benaderde schenkers kregen een tweede brief, waarin stond dat zij hun stukken terug konden krijgen, waar velen gehoor aan gaven. Verder verscheen een mededeling op de site dat een stuk teruggevraagd kon worden, zodat ook schenkers die de Stichting niet had kunnen bereiken konden reageren. De termijn werd met een maand verlengd, waardoor mensen meer tijd hadden om actie te ondernemen. Uiteindelijk zijn 58 kavels verkocht. Men heeft de indruk dat alle schenkers die dat wilden hun stukken hebben teruggekregen.

De Stichting Sporterfgoed heeft van deze ervaring geleerd. Het bestuur is inmiddels bezig om orde op zaken te stellen. Door het invoeren van een adequate administratie en het stellen van regels bij de overdracht aan de Stichting Sporterfgoed (in volle eigendom of als bruikleen, tijdelijk of permanent), zullen problemen als die in 2005 voorkomen worden. Om deze taken te kunnen vervullen heeft de Stichting een conservator/adviseur en een beheerder aangesteld. Tevens is er een Commissie Beheer Sporterfgoed in het leven geroepen, bestaande uit zeven personen die adviseren en assisteren bij de complete inventarisatie van de gehele collectie. Daarbij worden alle eerder gemaakte overeenkomsten vergeleken met de daadwerkelijke aanwezigheid van de in de overeenkomst genoemde objecten.

Ook is er nu een duidelijker collectiebeleid. Het gaat voornamelijk om de Olympische sporten en in tweede instantie om de overige georganiseerde sporten, aangesloten bij NOC*NSF. Het gaat daarbij om objecten van de periode na circa 1870. Als geografisch criterium wordt het Koninkrijk der Nederlanden gehanteerd, inclusief de voormalige koloniale gebieden.

De Stichting Sporterfgoed heeft niet de bedoeling om een grote eigen collectie op te bouwen. Het gaat er meer om ervoor te zorgen dat belangrijk sporterfgoed in Nederland bewaard wordt en toegankelijk is. Dat kan met een eigen collectie, maar bij voorkeur werkt men samen met de andere organisaties en personen die sporterfgoedstukken verzamelen en tentoonstellen, zoals in de eerste plaats Olympic Experience en andere musea over specifieke sporten, zoals het Fries Schaatsmuseum in Hindeloopen.
TB/PT