Twee schilderijen als inzet voor een nieuw depot

Uit Collectiewijzer

Ga naar: navigatie, zoeken

Dit is een casestudy behorende bij Hoofdmotieven voor afstotingGenereren geld

Frans Hals Museum, Haarlem. Om de bouw van een nieuw depot te financieren wees directeur Karel Schampers op verzoek van de gemeente Haarlem twee werken aan die hij zou willen afstoten. Ongewild veroorzaakte hij daarmee een rel in de Haarlemse pers en in het museale veld.
Van alle casussen die in Niets gaat verloren aan de orde komen is die van het Frans Hals Museum misschien wel de meest pijnlijke. Met de affaires van het Haags Gemeentemuseum uit 1989/91 en die van Boijmans Van Beuningen uit 1999 dingt de voorgenomen verkoop van de schilderijen van Michael Sweerts en Benjamin West naar de eerste plaats van de meest besproken afstotingszaken. Terwijl de andere twee casussen al tot het verleden behoren, ligt deze zaak op het moment van dit schrijven nog vers in het geheugen. Hij is zelfs nog niet geheel gesloten.

Het Frans Hals Museum kreeg veel kritiek te verduren vanuit de museumwereld. Niet alleen om de voorgenomen verkoop zelf, waarvan men zowel de motivatie als de keuze voor de Sweerts afkeurde. Ook de gang van zaken rond het tweede, kwalitatief veel mindere schilderij, brak het museum op. Bovendien speelden zich achter de schermen ingewikkelde onderhandelingen af om met verschillende partijen tot een oplossing van de problemen van het museum te komen. Toen dit onbedoeld in de publiciteit kwam, verstoorde dat het toch al delicate proces. Er moet altijd gestreefd worden naar openheid en transparantie in selectie en afstoting, is tegenwoordig de consensus. Of is dat misschien niet altijd zo? De Haarlemse zaak geeft daarover te denken.

Uiteindelijk lijkt het Frans Hals Museum, na alle bittere ervaringen, toch zijn doel gehaald te hebben. De gemeente Haarlem heeft alsnog besloten het gat in de begroting voor de bouw van het nieuwe museumdepot te dekken. Het lijkt erop of, vergelijkbaar met de Haagse en de Rotterdamse zaak, de publieke verontwaardiging over het Haarlemse cultuurbeleid dit besluit heeft beïnvloed.

Verzoek gemeente

Toen Karel Schampers in 2000 aantrad als directeur van het Frans Hals Museum schrok hij geweldig van de toestand van het depot op de zolders van het vroegere Oude Mannenhuis aan het Groot Heiligland. Ongedierte, een lekkend dak, het was haast niet voorstelbaar hoe deze situatie, al nadrukkelijk gesignaleerd door Schampers’ voorganger Derk Snoep, zolang had kunnen voortbestaan. Het museum presenteerde in 2002 een nota over het depotprobleem, waarop het college van B&W van Haarlem de noodzaak van een nieuw depot onderschreef. Voorjaar 2003 kwam het museum met een Plan van Aanpak, geschatte kosten 5 miljoen euro. In juni 2003 reserveerde de gemeente hiervoor 2 miljoen, dus er was nog een flink gat in de begroting. De gemeente vroeg of door afslanking van de collectie de bouwkosten gereduceerd konden worden. Hierop wist het museum het berekende aantal vierkante meters fors terug te brengen door BKR-werken af te stoten, dat scheelde al iets. Maar de gemeente dacht aan nog een heel andere oplossing, namelijk de mogelijkheid het nieuwe depot te financieren door het verkopen van werken uit de collectie. In het museum ontstond hierover heftige discussie. Hoewel de medewerkers in principe tegen verkoop waren, gingen ze uiteindelijk toch akkoord: men was bereid een enkel stuk op te offeren ten behoeve van het behouden van duizenden andere werken.

In april 2005 vroeg het college het Frans Hals Museum om met concrete voorstellen te komen, met de aantekening dat de werken veel zouden kunnen opbrengen en tevens niet van essentieel belang waren voor de collectie. Schampers selecteerde twee schilderijen die naar verwachting het benodigde geld zouden opleveren: De tekenles (1658) van Michael Sweerts en Phaeton vraagt zijn vader Helios de zonnewagen te leen (1802) van Benjamin West. Beide werken pasten volgens het museum niet in het collectieprofiel, aangezien het niet-Haarlemse schilders zijn. De eventuele meerwaarde van de opbrengst zou bestemd worden voor een aankoop- en restauratiefonds van het museum. Het voorstel tot verkoop van deze twee schilderijen werd door de raadscommissie voor cultuur overgenomen.

Rijksmuseum erbij betrokken

Schampers benaderde enkele collega-musea om de schilderijen aan te bieden. Ter verkoop wel te verstaan. Deze musea, waaronder het Rijksmuseum (waar het schilderij in 2002 op een overzichtstentoonstelling van Sweerts te zien was) waren niet in aankoop geïnteresseerd, omdat, zo stelt het Frans Hals Museum, er voor aankoop geen middelen voorhanden waren. Ronald de Leeuw, algemeen directeur van het Rijksmuseum, probeerde enige tijd later een andere oplossing te vinden, na overleg met het ministerie van OCW. Men ging onderzoeken of het mogelijk was om ruimte in het Rijksmuseumdepot in Lelystad te verhuren aan het Frans Hals Museum, dat daar voor een tiental jaren zijn depotstukken zou kunnen onderbrengen. In die periode kon de gemeente Haarlem naar een oplossing zoeken voor het financieringstekort voor het nieuwe depot. De financiering van de overname van de Sweerts zou in deze verkenning worden meegenomen. Het zou een ingewikkelde constructie worden waarbij naast de twee musea, de gemeente Haarlem en het Ministerie van OCW, ook de Rijksgebouwendienst betrokken zou zijn. Het kwam er kortweg op neer dat het Rijksmuseum de Sweerts zou krijgen en het Frans Hals Museum (tijdelijke) depotruimte.
Het probleem voor Haarlem was, dat men op termijn met deze ruilactie wat betreft het eigen depot niets opschoot. Ook de tweede wens, een Haarlems aankoopfonds te creëren, kon men op deze manier niet realiseren. De afstand Haarlem – Lelystad was een bijkomend bezwaar. Zodoende was de gemeente niet van plan op dit voorstel in te gaan.

In oktober 2005 informeerde wethouder Cultuur van Haarlem Ruud Grondel staatssecretaris Medy van der Laan dat hij voornemens was twee schilderijen uit het Frans Hals Museum openbaar te verkopen. Hoewel de collectie van een gemeentelijk museum niet onder de directe verantwoordelijkheid valt van de staatssecretaris, wilde hij haar overtuigen dat deze eenmalige verkoopactie noodzakelijk was. Van der Laans reactie was negatief. Ze adviseerde Grondel om de verkoop te heroverwegen, aangezien deze niet in overeenstemming was met de museale gedragslijn. Voor de depotproblematiek zou hij naar een andere oplossing moeten zoeken. Zij doelde daarmee impliciet op het voorstel van het Rijksmuseum.

Op 18 november, daags na het antwoord van de staatssecretaris, werd de verkoopkwestie in de raadscommissie Cultuur behandeld. Daar stemde men in met de verkoop van de stukken, onder voorbehoud dat de beide doeken voor het openbaar kunstbezit behouden zouden blijven. De definitieve behandeling van deze zaak in de gemeenteraad zou in december plaatshebben. Op 17 november verscheen het eerste artikel over de verkoopplannen in het Haarlems Dagblad en zo kwam deze zaak, die zich tot dan toe achter de schermen had afgespeeld, in de openbaarheid.

Haarlems Dagblad is iets op het spoor

Het Haarlems Dagblad liep voorop in de berichtgeving. Een journalist van deze krant kwam erachter dat het museum bij het schilderij van West – een schenking uit 1940 - geen adequaat nabestaandenonderzoek had gedaan. Nazaten bleken er wel te zijn en zij dienden protest in tegen de verkoop. Deze werd eind november opgeschort. Ook bracht het Haarlems Dagblad op 26 november de onderhandelingen met het Rijksmuseum naar buiten, evenals de bezwaren van de gemeente Haarlem hiertegen, die vond dat zij in dit voorstel veel te weinig retour kreeg voor de Sweerts, die op de internationale markt zeker zes miljoen euro zou opbrengen.
Het Haarlems Dagblad bracht op 26 januari 2006 het opmerkelijke bericht dat het Rijksmuseum en de gemeente Haarlem een intentieverklaring hadden getekend waarin ze verklaarden bereid te zijn om te onderhandelen over de verkoop van de Sweerts. De krant schreef dat impliciet een beroep zou worden gedaan op het Nationaal Aankoopfonds, het fonds waarmee het Rijk incidenteel kunst aankoopt voor de Collectie Nederland. Toen dit bekend werd ging de Nederlandse Museum Vereniging, bij monde van bestuurslid Kees van Twist, zich ook roeren in de kwestie. Men vond de manier waarop het geld van het Aankoopfonds zou worden ingezet oneigenlijk. Zo wordt overheidsgeld ingezet om de gemeente Haarlem aan middelen te helpen. De manier waarop deze zaak in elkaar stak stuitte tegen de borst. ‘Los je depotproblemen op als gemeente, maar hou je collectie erbuiten.’ Karel Schampers stoorde zich aan Van Twists uitspraken. ‘Als je met de verkoop van één werk de rest kunt behouden, kies ik daarvoor.’ In december maakte Daniëlle Lokin, voorzitter van de NMV, in een Haarlemse raadsvergadering duidelijk dat verkoop van de schilderijen voor de financiering van een depot buiten de richtlijnen van de Lamo viel.

Op 15 februari vond er een interpellatiedebat plaats, waarin het Haarlemse college de voorstellen tot verkoop met succes verdedigde. In diezelfde periode ontving de gemeente een brief van OCW met de mededeling dat de gemeente en het Rijksmuseum samen uit de onderhandelingen moesten komen. Daarom stapte het ministerie uit het overleg. Tegelijkertijd maakte het Rijksmuseum de gemeente kenbaar dat men zich terugtrok uit de onderhandelingen. Als reden werd naar buiten gebracht dat de financiering te ingewikkeld werd.

De zaak heeft vanaf het moment dat deze in de Haarlemse pers verscheen veel commotie veroorzaakt in de museale wereld en ook daarbuiten. Het werd voorpaginanieuws in de landelijke dagbladen en onderwerp in radio- en tv-programma’s. Over het algemeen kreeg het Frans Hals Museum het zwaar te verduren. De zaak Benjamin West werd algemeen beoordeeld als onzorgvuldig handelen van het museum; de voorgenomen afstoting van de Sweerts – die volgens verwachting naar het buitenland zou gaan – als een verlies voor de Collectie Nederland. In museale kring was er begrip voor de lastige situatie waarin het Frans Hals Museum verkeerde, maar menigeen vond dat het museum teveel had toegegeven aan de gemeente. In juni 2006 werd bekend dat het nieuwe college van B&W van Haarlem alsnog had besloten geld vrij te willen maken voor de bouw van het depot voor het Frans Hals Museum. Het totaalbedrag werd daarbij gesteld op 5,2 miljoen euro, waarmee de begroting was gedekt. Het Frans Hals Museum bleef niettemin voorstander van afstoting van de West en de Sweerts.
PT
Lees verder in Niets gaat verloren voor terugblikken van diverse betrokkenen bij de zaak!