Van Speelklok tot Pierement naar Nagasaki

Uit Collectiewijzer

Ga naar: navigatie, zoeken

Dit is een casestudy behorende bij Hoofdmotieven voor afstotingOntdoen beheerslast

 Twintig speeldozen naar Nagasaki

Museumdirecteur Haspels vond het nodig verantwoording af te leggen aan eigen museumpubliek over de verkoop van depotstukken aan een buitenlands museum.

Als reactie op de commotie over Fuchs’ verkoopplannen in het Gemeentemuseum Den Haag, plaatste Jan Jaap Haspels, toenmalig directeur van Het Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement, zijn visie op afstoten in 1989 in de eigen museumkrant. Hij constateerde dat de reacties op de Haagse plannen vooral negatief waren. Naar zijn mening kon de discussie over afstoten genuanceerder gevoerd worden. Musea met collecties van kunstnijverheid, toegepaste kunst en natuurhistorie waren volgens hem niet te vergelijken met de situatie van het Gemeentemuseum. Haspels betoogde dat objecten die geen unica waren wel verkocht mochten worden, als de opbrengst maar werd gebruikt voor nieuwe stukken, de collectie er niet door verslechterde en het niet om een schenking of legaat ging. Met een voorbeeld uit eigen museum illustreerde Haspels dat verkoop niet noodzakelijk een slechte zaak hoeft te zijn. Twee jaar eerder had het museum enkele depotstukken verkocht aan Huis ten Bosch (destijds Holland Village) in Nagasaki. Het moment van Haspels’ verantwoording was niet willekeurig. Verkoop uit museumcollecties was een gevoelig en mediageniek onderwerp geworden en met deze openheid van zaken nam Haspels eventuele critici de wind uit de zeilen. Zijn museum trof geen blaam.

Onder leiding van Haspels had het museum in de jaren zeventig een reizend tentoonstellingsconcept ontwikkeld. Het leverde bij deze tentoonstellingen deskundig personeel voor rondleidingen en het draaiende houden van de muziekautomaten. Ook de directeur kon geboekt worden voor lezingen. De reizende tentoonstelling was op verschillende plaatsen op eigen bodem te zien, zoals bij de zomeropenstellingen van het Paleis op de Dam en het Van Gogh museum. Haspels’ enthousiaste promotie van zijn product werd ook buiten de landsgrenzen bekend. In de vroege jaren tachtig werd het museum verscheidene malen gevraagd om tentoonstellingen te verzorgen in Japan en Taiwan. Naar aanleiding van deze succesvolle presentaties werd het museum in 1987 gevraagd een collectie automatische muziekinstrumenten aan te kopen voor het Huis ten Bosch in Nagasaki.

In Huis ten Bosch staan replica’s van Hollandse stadsarchitectuur. Een soort Madurodam, maar dan op (bijna) ware grootte. Het Utrechtse museum ontving vanuit Nagasaki een bedrag om muziekautomaten aan te kopen voor een op te richten museum in het Japanse openluchtmuseum. Niet alleen zette het Utrechtse museum zijn expertise in bij de verwerving van deze collectie, er werden ook stukken uit het depot ingebracht. Tien jaar eerder had het museum een verzameling speeldozen in zijn geheel aangeschaft. Hieronder bevonden zich zeer zeldzame en aantrekkelijke stukken, maar ook enkele doubletten en beschadigde objecten. Twintig exemplaren die in goede staat verkeerden maar die niet interessant waren voor het museum werden geselecteerd om te verkopen aan Nagasaki, met bijbehorend restauratieplan. Het museum wilde niet de Japanners een antiquairsprijs laten betalen, maar was evenmin van plan de stukken voor een dumpprijs weg te doen. Van Speelklok tot Pierement heeft geprobeerd naar eer en geweten een redelijk bedrag vast te stellen. Van de opbrengst werd een Engheringh orgelklok uit 1770 aangekocht.

MV/TB